~I’m a blackstar, I’m a blackstar~ David Bowie

Volledig: “Something happened on the day he died / Spirit rose a metre then stepped aside / Somebody else took his place, and bravely cried / I’m a blackstar, I’m a blackstar” ~ David Bowie, Blackstar.

De afgelopen maanden is het stil geweest rondom mijn blog over ecopsychologie. De reden hiervoor was de verslechterende gezondheidstoestand van mijn vader gevolgd door zijn overlijden op 26 november 2022. Deze blog gaat dan ook over rouw.

Rouw is niet de spreekwoordelijke klap die komt, noch een aantal fases die je doorloopt waarna je klaar bent. “Rouw is anders leren vasthouden”, zegt Manu Keirse, klinisch psycholoog, rouwexpert en schrijver van onder andere “Vingerafdruk van Verdriet” en “Helpen bij Verlies en Verdriet”.  Mijn ervaring uit de jaren dat ik werkte met mensen die een dierbare hebben verloren, is dat er te vaak te gemakkelijk wordt gedacht over rouw. Enerzijds worden mensen verwacht door te gaan na het verlies van een dierbare en hun draai weer te vinden na pakweg een jaar. Anderzijds worden mensen vaak aangesproken op het zichtbaar uitblijven van uitingen van verdriet na het overlijden van een dierbare. Rouw is geen constante, rouw besluipt je soms van achteren om je dagenlang in zijn greep te houden en vervolgens weer te verdwijnen. Het kent geen definitief begin- en eindpunt.  

David van Reybrouck schrijft hierover in zijn treffende “Ode aan de Troost” woorden die mij bijzonder raken: “Die talloze momenten in mijn auto op de parking van het ziekenhuis: dat was rouw. Dat moeten bekomen van nog maar eens een bezoek aan die aftakelende man die ooit mijn vader was: dat was rouw. Dat lastige besef dat die man, ondanks alles, nog steeds mijn vader was: dat was afscheid.”.   

Rouw is niet alleen verdriet; rouw is ook liefde. Rouw is leren jezelf te verhouden tot veranderingen in jezelf, bij andere naasten en de wereld om je heen. Rouw is het constante omarmen van een leegte. De eerste dagen na de rouwplechtigheid van mijn vader vond ik het bevreemdend dat de wereld doorging alsof niets was veranderd, terwijl voor mijn gevoel de zwaartekracht had opgehouden te bestaan. Tegelijkertijd had ik de mensen om mij heen inniger lief dan ooit tevoren. Hoe om te gaan met dit alles? 

Stilletjes nadenkend over de zojuist geraadpleegde literatuur, komt ook een andere vraag bovendrijven: hoe komt het dat wij, als mensen, niet meer weten wat rouw is? Dat we tegen die 80-jarige vrouw die na 60 jaar haar man verliest, zeggen dat het bij de leeftijd hoort en dat ze leuke dingen moet doen met de tijd die haar rest? Of dat we een moeder die een kind heeft verloren na een jaar niet meer naar haar verdriet vragen? Het is geen lineair, statisch proces, maar blijft telkens terugkomen. Een constant opnieuw leren veranderen. Hoe hebben we verleerd wat daarin normaal is? Komt het doordat we de doden verbannen hebben uit het rijk der levenden, weggestopt in mortuaria en rouwcentra? Tot stof zult gij wederkeren; en dat stof zal worden opgenomen in de aarde en daaruit zal nieuw leven ontstaan. 

Aanvankelijk wilde ik schrijven over hoe ecotherapie kan bijdragen aan rouwverwerking. Ineens voelt het echter arbitrair om tips en adviezen te geven ten aanzien van dit onderwerp. Want wat zeg je tegen iemand in tijden van verlies en lijden? Wellicht helemaal niets. Wellicht is het beter te leren luisteren en aanwezig te zijn, zodat het leed tenminste voor een moment gedeeld kan worden. Alleen in verbinding kunnen nieuwe relaties worden gevormd en kan al dat is en niet meer is, anders worden vastgehouden. En dan zijn we toch weer terug bij de kern van ecopsychologie.

Ik wens jullie een fijn weekend toe. 

Plaats een reactie