In mijn vorige blogs schreef ik over de voordelen van buiten therapie verrichten, en het belang van het in kaart brengen van iemands connectie met natuur alvorens te starten. Buiten therapie geven kan door wandelend dezelfde gesprekken te voeren als binnen. De meerwaarde van buiten werken echter om therapie te geven met behulp van de natuur. Nature-based of nature-assisted therapy wordt gedefinieerd als alle therapeutische interventies waarbij planten, natuurlijke materialen en omgevingen worden geïntegreerd zonder daarbij (actief) gebruik te maken van dieren of andere levende wezens. (Annerstedt en Wahrborg (211)). Het vergt creativiteit om nieuwe interventies te bedenken en gangbare therapeutische interventies te bewerken zodat ze hiervoor geschikt zijn. Superleuk en uitdagend! Hieronder een voorbeeld van hoe dat zo kunnen werken.
Een van de interventies die ik vaker gebruik bij het verhelderen van het doel voor de behandeling en het verkennen van het landschap van de cliënt, noem ik “De 2 plaatsen”.
Deze werkt als volgt:
Vraag degene met wie je werkt, een voorwerp (boom, struik, rots, enzovoorts) of plek te zoeken die symbool staat voor waar zij zou willen zijn / hoe zij zou willen dat het gaat. Onderzoek vervolgens alle eigenschappen van het voorwerp / de plek goed. Dit kan door vragen te stellen over het voorwerp / de plek; waarom spreekt deze je zo aan? Hoe is het om hier te staan? Gebruik daarbij de zintuigen: wat zie, voel, ruik, hoor je? Observeer goed: wat valt je op aan de motoriek, gesticulatie, gezichtsuitdrukking, het stemgebruik? Wanneer dit voorwerp / deze plek goed in kaart is gebracht, vraagt dan om een voorwerp / plek te zoeken die staat voor waar degene nu staat. Onderzoek dan samen dit voorwerp / deze plek op een soortgelijke wijze.
Wanneer dit voor jullie beide helder is, kunnen jullie oefenen met beide plekken / voorwerpen: hoe voelt het om op bij beide voorwerpen / op beide plekken te staan? Wat is er anders? Wat is er nodig om daar te komen waar je zou willen zijn? Dit laatste kan je praktisch oefenen door van huidig voorwerp / plek naar nieuw voorwerp / plek heen en weer te lopen. Hoe voelt dat? Komen jullie hindernissen tegen? Zo ja, zoek ook plekken / voorwerpen die daarvoor symbool staan en onderzoek ook deze goed. Wat is ervoor nodig om deze te overwinnen? Ga vervolgens naar huidig voorwerp plek te gaan, en vraag haar een stap in de richting van gewenst voorwerp / plek te zetten. Waar staat deze stap symbool voor? Wat is de eerste kleine stap die ze zou kunnen maken om dichter bij de gewenst plek te komen? Wat is daarvoor nodig? Vraag eventueel om foto’s van het voorwerp / de plek te maken, c.q. een tak, steen, of bijvoorbeeld een blad mee te nemen en thuis op een zichtbare plek te leggen als reminder.
De volgende sessie kan je dan bijvoorbeeld starten door te vragen naar de eerste stap, of door naar deze voorwerpen te vragen.
Veel inspiratie en werkplezier gewenst!
